Een school bouw je één keer met geleend geld. Een sterke economie moet haar dragen.
Bijna elke tweede gemeente stopt het geld uit het speciale fonds in scholen en wegen. Papenburg ook. Waarom een subsidie uit Berlin een strovuur blijft als de eigen bron niet stroomt.
Sabrina Wendt
Deze week heeft de KfW, de ontwikkelingsbank van de Bondsrepubliek, een analyse gepubliceerd die mij deed opkijken. Bijna elke tweede gemeente in Duitsland stopt het geld uit het nieuwe speciale fonds in twee gebieden: scholen en wegen. Precies daar waar de achterstand in onderhoud al jaren het grootst is.
En de hoofdeconoom van de KfW, Dirk Schumacher, zegt daarover een zin die ik heb opgeschreven. Vrij weergegeven: het geld is welkom, maar gezien de enorme achterstanden slechts een druppel op een gloeiende plaat. Wat er werkelijk nodig is, zijn structurele hervormingen van de gemeentefinanciën, niet alleen tijdelijke financiële injecties.
Ik heb dat gelezen en meteen aan Papenburg gedacht. Want het grote landelijke verhaal heeft bij ons een heel concreet gezicht.
Papenburg doet precies wat de KfW beschrijft
Kijk naar onze eigen begroting voor 2026. De grootste projecten zijn de nieuwbouw van de Dieckhausschule met 4 miljoen euro, een nieuwe sporthal bij de Michaelschule met 3 miljoen en de renovatie van de sporthal bij de Heinrich-von-Kleist-Schule met nog een miljoen. Daarnaast wegen, de sluis, de brandweer.
Dat is goed. Dat zijn echte investeringen in onze kinderen en in de substantie van de stad. Ik zet geen van deze projecten ter discussie.
Maar ik ben eerlijk, ook al is dat in de verkiezingsstrijd ongemakkelijker dan een mooie eerste spadesteek. Papenburg investeert in 2026 meer dan ooit, ruim 45 miljoen euro.
Een groot deel daarvan is geleend geld. De financiële planning van onze eigen stad laat zien waar dat naartoe leidt: de schuldenstand koerst tot eind 2026 af op meer dan 50 miljoen euro, en voor de jaren 2026 tot 2029 voorziet de planning ongeveer 39 miljoen euro nieuwe netto schuld. Per hoofd betekent dat een vermenigvuldiging in enkele jaren.
Dat is niet het falen van één persoon. Dat is precies de klem die de KfW voor heel Duitsland beschrijft. De taken groeien, de afdracht aan de Landkreis vreet het grootste stuk op, en uiteindelijk blijft voor de financiële afdeling vaak alleen het krediet over.
De druppel verdampt, de gloeiende plaat blijft
Hier wordt het voor mij fundamenteel. Een subsidie van de Bondsrepubliek bouwt een school één keer. Maar hij verwarmt haar niet, hij maakt haar niet schoon, hij betaalt over tien jaar niet de schoolkeuken en niet de volgende sporthal. Een financiële injectie is een strovuur. Lekker warm, snel voorbij.
Wat een stad duurzaam draagt, is niet het geleende geld en niet de eenmalige subsidie. Het is wat ze zelf verdient. En dat leidt direct naar het thema waar ik voor sta.
Een gemeente financiert haar scholen, haar wegen, haar kinderopvang uiteindelijk uit één enkele betrouwbare bron: uit een sterke lokale economie. Uit bedrijven die hier winst maken en bedrijfsbelasting betalen. Uit banen waar gezinnen van leven, die hier boodschappen doen en onroerendgoedbelasting betalen. Ons tarief voor de bedrijfsbelasting staat sinds 2016 onveranderd op 380 procent. De interessante vraag is niet hoe hoog het tarief is. De interessante vraag is hoeveel sterke bedrijven het eigenlijk betalen.
Structureel denken betekent: bij de economie beginnen
De KfW vraagt om structurele hervormingen. Op federaal niveau betekent dat het stelsel van de gemeentefinanciën repareren. Daar beslis ik niet over. Op het niveau dat ik als burgemeester bestuur, betekent structureel iets heel concreets: de inkomstenkant versterken in plaats van alleen de uitgavenkant beheren.
Een stad die haar bedrijven laat groeien, nieuwe aantrekt en vakmensen vasthoudt, bouwt haar eigen, duurzame bron voor goede scholen en degelijke wegen. Een stad die alleen op de volgende subsidie uit Berlin hoopt, blijft afhankelijk en maakt steeds meer schulden.
In meer dan 25 jaar werkervaring, waarvan 8 jaar in de economische ontwikkeling van deze stad, heb ik geleerd dat gemeentefinanciën geen boekhoudkwestie zijn. Ze zijn het gevolg van de vraag of een stad economisch sterk is of niet. Wie de school wil, moet de economie willen. Die twee horen bij elkaar, het een draagt het ander.
Daarom is economisch beleid voor mij een zaak van de burgemeester zelf en geen bijzaak. Het is de basis om ons de Dieckhausschule en de volgende sporthal ook overmorgen nog te kunnen veroorloven, zonder onze kinderen meteen de schuldenberg na te laten.
De druppel uit Berlin is welkom. Maar van druppels wordt Papenburg niet verzadigd. Papenburg wordt sterk als we onze eigen bron verzorgen.
Papenburg kan meer. En Papenburg kan zich meer veroorloven als de economie draagt.
Waar zie jij in Papenburg de grootste onderhoudsachterstand, en welke investering is voor jou het belangrijkst? Schrijf me gerust, per e-mail of via het contactformulier. Ik lees mee en ik antwoord.